Graaf Gwijde

Het beroemde boek van Conscience begint op een mistige zondagochtend, als de oude graaf van Vlaanderen, Gwijde, samen met enkele Franse en Vlaamse edelen terugkeert van de jacht. De oude graaf zit haast te snikken op zijn paard, uit verdriet voor zijn mooie Vlaanderen.

Conscience heeft ons een collectief geheugen aangesmeerd en voor altijd de geschiedenis vervalst. Bijna elke geschiedschrijver klampt zich vast aan het beeld van die lieve, oude opa die bittere tranen schreit over het lot van zijn kinderen, zijn dochtertje, zijn arme volk.

Is dit een correct beeld? Wij betwijfelen het in uiterst hoge mate. In een tijdperk toen vervelende tegenstanders wel eens werden gevierendeeld of geroosterd, geradbraakt of bij leven in kokend water gegooid, of gevild, of ontdaan van ingewanden, of dat alles na elkaar (en dit onder meer ook op bevel van de directe voorouders van deze 'brave' Graaf), lijkt het hoogst onwaarschijnlijk dat iemand louter op basis van goedmoedigheid een machtspositie kon opbouwen of bestendigen. Het tegendeel lijkt veel waarschijnlijker: Gwijde van Dampierre was een uiterst ambitieuze, meedogenloze machtspoliticus die twee zetten vooruit dacht met de pionnen op zijn schaakbord. En die daarbij enkel verslagen werd door Filips de Schone, een nog ambitieuzere, betere en meedogenlozere schaker. 

Als Gwijde al bittere tranen schreide, was het niet om 'zijn dochtertje, opgesloten in het Louvre' maar omdat zijn plannetjes telkens weer de mist ingingen. We gaan deze theorie binnenkort met genoegen uiteenzetten en staven...

 

Guldensporenslag 1302 | P. Peters © 2011 - 2017